Digitale toegankelijkheid

Websites en applicaties voor iedereen vindbaar, beschikbaar, bedienbaar en leesbaar!
Vrouw met visuele beperking blij werkend achter een laptop

Op 23 september 2020 verstreek de tweede deadline voor het digitaal toegankelijk maken voor sites met een publieke functie. Helaas is het in Nederland nog altijd slecht gesteld met de toegankelijkheid van online media. En dat is jammer, want online toegankelijkheid is belangrijk om volwaardig mee te kunnen doen in onze samenleving.

In een wereld waarin je bijna niet meer kunt meekomen zonder het internet, is het belangrijk dat zoveel mogelijk mensen gebruik kunnen maken van online diensten en voorzieningen. Net zoals het openbaar vervoer toegankelijk moet zijn voor iedereen, moet dat ook gelden voor websites en online diensten. Alleen zo kan iedereen echt volwaardig blijven meedoen.

Daarom bestaan er richtlijnen voor digitale toegankelijkheid. Ze zijn er om het mensen met een functiebeperking makkelijker te maken op het web. Voor sites die met publiek geld worden gefinancierd is het ondertussen verplicht geworden, maar ook voor andere organisaties is het relevant. Zeker als je je beseft dat zeker een kwart van de Nederlanders te maken heeft met een functiebeperking. Dat zijn meer dan 4 miljoen mensen!

Wat is een functiebeperking?

Als iemand blind, slechtziend, doof of slechthorend is, of een motorische handicap heeft, spreken we van een functiebeperking. Ook laaggeletterdheid en analfabetisme, een licht verstandelijk beperking, dyslexie en kleurenblindheid vallen er onder. Ook kan iemand tijdelijk beperkt zijn door bijvoorbeeld een ongeluk, operatie of een ziekte.

Al deze beperkingen kunnen ervoor zorgen dat iemand moeite heeft om gebruik te maken van websites en applicaties. Sommige mensen moeten daarvoor bijvoorbeeld gebruik maken van bepaalde hulpmiddelen of hulpprogramma’s.

Toegankelijkheid gaat niet alleen over beperkingen

Ongeveer 18% van de bevolking is 65 jaar of ouder. Dit percentage zal in een vergrijzende samenleving alleen maar toenemen. De afgelopen jaren groeit bijvoorbeeld het percentage ouderen boven de 80 jaar sterk.

Deze groep heeft niet altijd een beperking, maar heeft wel baat bij websites die makkelijk te begrijpen en betrouwbaar zijn. Hetzelfde geldt voor kinderen. Deze groep maakt steeds vroeger gebruik van het internet. Bijvoorbeeld voor schoolwerk.

Maar denk ook aan zoekmachines: informatie die niet zichtbaar is op een website, wordt meestal niet geïndexeerd en dus ook niet gevonden. Ook websites die maar voor een deel werken of alleen binnen specifieke browsers en apparaten worden minder goed geïndexeerd. Dat zijn ook aspecten van toegankelijkheid. Een toegankelijke website heeft dus een groter bereik dan alleen het ‘eigen domein’.

Door een website toegankelijk te maken stel je de bezoeker centraal. Het is toegankelijk voor zowel bezoekers met of zonder een functionele beperking. Het dwingt je wel tot het maken van keuzes en na te denken over de inhoud. Daar wordt een website of applicatie alleen maar beter van.

Haalbaar en toetsbaar: WCAG 2.1

Toegankelijkheid is vastgelegd in een aantal richtlijnen waaraan websites en apps moeten voldoen. Deze staan bekend als WCAG 2.1 en bestaan uit 3 niveau’s: A, AA en de hoogste: AAA.

Websites van (semi-) overheden moeten regelmatig getoetst worden op niveau A en AA. Dat is ondertussen verplicht en sinds 2018 geregeld in het Besluit Digitale Toegankelijkheid Overheid. Deze sites moeten ook een toegankelijkheidsverklaring publiceren. Omdat deze richtlijnen toetsbaar en meetbaar zijn, zijn ze makkelijk over te dragen aan iedereen die betrokken is bij de website.

Dat geldt ook voor andere sites dan alleen die van de overheid. Je kunt de richtlijnen bijvoorbeeld gebruiken om doelen af te stemmen met ontwerpers en ontwikkelaars, maar ook om je te verantwoorden binnen je eigen organisatie (en richting het publiek). Je website laten certificeren is bijvoorbeeld mogelijk.

Is een toegankelijke site haalbaar voor mijn organisatie?

In de praktijk blijken de eerste twee niveaus van WCAG 2.1 voor de meeste organisaties prima haalbaar te zijn. Veel van de richtlijnen zijn ‘best practices’ voor het web: het begint met design en code die werkt in alle browsers en op alle apparaten.

Daarnaast zijn er een aantal extra aandachtspunten op het gebied van kleurgebruik, interactie, navigatie en het goed ontsluiten van content. De eerste drie kun je overlaten aan de ontwerpers en ontwikkelaars van de website of applicatie. Zij hebben immers de specialistische kennis in huis.

Het toegankelijk maken en houden van de content van de website is vaak de verantwoordelijkheid van de afdeling communicatie of de webredactie. Omdat zij zorgen voor de inhoud hebben zij eigenlijk de grootste rol bij het doorvoeren en bewaken van de richtlijnen. Zeker op langere termijn.

De toekomst: op weg naar een inclusieve samenleving

Er worden steeds meer initiatieven ontwikkeld die streven naar een ‘inclusieve samenleving’. De overheid speelt hier met wetgeving een grote rol in. Er is Europese regelgeving en een VN verdrag dat door Nederland wordt gesteund. Je ziet het ook steeds meer om je heen, denk bijvoorbeeld aan de gebarentolk bij persconferenties van bijvoorbeeld het kabinet.

Websites, en volgend jaar ook apps, die worden gefinancierd met publiek geld moeten dus al voldoen aan de richtlijnen voor toegankelijkheid. Het is waarschijnlijk een kwestie van tijd voordat steeds meer organisaties hier aan moeten voldoen. Uiteindelijk zal het de norm worden voor alle sectoren.

Toegankelijkheid is wat dat betreft misschien vergelijkbaar met duurzaamheid. Je bent nog niet verplicht om mee te doen, maar het zal steeds meer onderdeel worden van het publieke debat. En uiteindelijk zullen je bezoekers je er op gaan beoordelen.

Cookies
Deze site gebruikt geanonimiseerde cookies. Klik op "Akkoord" als je akkoord gaat met het gebruik van cookies, of klik op "Aanpassen" om je voorkeuren te bepalen.
Deze site gebruikt geanonimiseerde cookies.